Als je bent getrouwd in gemeenschap van goederen heb je bij een scheiding recht op de helft van de waarde van de woning. Maar is dit altijd zo of kan er ook sprake zijn van privé eigendom? Wij leggen het uit in het voorbeeld hieronder.

Voorbeeld

M en V zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. De ouders van M hebben hun woning ruim twintig jaar geleden aan M in eigendom overgedragen. De koopprijs van de woning hebben de ouders aan M uitgeleend en op de dag van eigendomsoverdracht voor meer dan de helft kwijtgescholden met toepassing van de uitsluitingsclausule. Door middel van een uitsluitingsclausule kunnen schenkers bepalen dat hetgeen wordt geschonken privé eigendom blijft; ook als de ontvanger in gemeenschap van goederen is getrouwd.

M en V gaan scheiden en V meent dat ze recht heeft op de helft van de waarde van de woning, omdat niet de woning zelf met toepassing van de uitsluitingsclausule is overgedragen, maar alleen een gedeelte van de koopprijs. M meent natuurlijk dat de woning niet in de gemeenschap van goederen is gevallen.

Wie heeft gelijk?

Het Hof en de Hoge Raad stellen dat uit het samenstel van gelijktijdig verrichte rechtshandelingen (overdracht van de woning en kwijtschelding van een gedeelte van de koopprijs) volgt dat de ouders van M in feite de koopprijs van de woning voor meer dan de helft aan M hebben geschonken. Daarmee maakt de woning geen deel uit van de gemeenschap van goederen en heeft V dus geen recht op een gedeelte van de waarde van de woning.

Wil je meer informatie over dit onderwerp, neem dan contact op met Jan-Jaap Lambeck.

 

 

 

Share This