In het eerste deel over het tarief van de overdrachtsbelasting is het verlaagde tarief voor woningen behandeld. Het tarief is 2% over de waarde van de woning.

De rechtbank van Den Haag heeft zich onlangs uitgesproken over de kwalificatie van een woning (zaaknummer AWB – 15 _ 513). In 2013 is er een overdracht geweest van onroerende zaken en is 2% overdrachtsbelasting betaald. De fiscus heeft een naheffingsaanslag opgelegd, omdat over een deel het verlaagde tarief volgens de belastingdienst niet van toepassing is. In de akte van levering zijn de onroerende zaken omschreven als bedrijfsruimten met magazijn en kelder dan wel pakhuis met magazijn of kantoor. Aan deze omschrijving is de zin toegevoegd “welke tot woning worden verbouwd”. De eigenaar stelt dat de onroerende zaken al werden bewoond en dat deze naar hun aard bestemd zijn voor bewoning.

Op de datum van de notariële overdracht moet beoordeeld worden of er sprake is van de verkrijging van een woning. De rechtbank oordeelt dat op het moment van de levering geen sprake is van woningen aangezien de onroerende zaken op dat moment naar hun aard niet bestemd waren voor bewoning. Ook het argument dat er sprake is van feitelijke bewoning helpt de eiser niet. Een onroerende zaak die geen woning is, maar daartoe wordt verbouwd valt dus niet onder het verlaagde tarief van 2%.

Lees hier de hele uitspraak.

Heb je nog vragen of wil je meer informatie, neem dan gerust contact met ons op.